Verslag Lezing Voedselbossen

Voedselbossen

De belangstelling is bijzonder positief. Zo’n zestig mensen hebben de weg weten te vinden naar De Boodschap te Rijen voor de traditionele najaarslezing van NLGR, Natuur- en Landschapsvereniging Gilze en Rijen. Het onderwerp past perfect in de Week van de Duurzaamheid: voedselbossen. Specialist Wouter van Eck is een kenner en een doener. Hij toont zich een enthousiast en bevlogen spreker. Een kleine tien jaar geleden koopt hij een maisakker van zo’n 2,4 hectare. Op een steenworp afstand van een groot natuurreservaat van Staatsbosbeheer, maar ook midden in het traditionele boerenland. Een kaal, nat en versleten stukje grond in de buurt van Groesbeek bij Nijmegen. Experiment Ketelbroek is geboren. Nu het voedselbos zelf nog.

De eerste kennismaking voor Wouter met de permacultuur, een ander woord voor deze manier van grondgebruik, heeft plaats in Kenia. Daar hebben boeren bossen aangelegd die tal van voedzame groentes, vruchten en noten leveren en bovendien de bodemcultuur verrijken en versterken. Er kan daar bijna het gehele jaar worden geoogst. Een groot verschil met de inefficiënte en energieverslindende monoculturen, die gangbaar zijn in de westerse wereld. De drang naar steeds groter, steeds meer (schijnbare) efficiëntie lijkt nauwelijks af te stoppen. Met als nadeel ook steeds meer mest, steeds meer C02 en meer energieverspilling en minder biodiversiteit. Stapelende problemen die het klimaat niet ongemoeid laten. Wouter ziet meer in het systeem dat zichzelf na verloop van tijd in stand houdt en niet afhankelijk is van externe impulsen en input. Niet slechts één product op het veld, maar tientallen of meer.

Er is eerst wat reliëf aangebracht op het perceel van Wouter. Een poel, een bochtig waterstroompje en wat hoger gelegen delen. Het voedselbos wordt gedomineerd door houtachtige gewassen. Soms hoge bomen dus, maar ook vele kleinere soorten die in de schaduw van de grotere jongens kunnen gedijen. Aangevuld met struiken, klimmers en kruipers plus een rijke kruidenlaag. Elke soort op zijn eigen plekje. Veel of weinig zon, goed droog of liever wat natter, met een oppervlakkig wortelstelsel of juist diep de grond in. Alles zonder biologische mest, zonder kunstmest, zonder ploegen en eggen, zelfs zonder de zo gevreesde gifspuit en met relatief weinig arbeid. De natuur zorgt er allemaal zelf voor. Dat is het grote geheim van een duurzaam bossysteem en Ketelbroek richt zich op voedselproductie. Dames en heren, ik doe dus aan landbouw.

En toch zo weinig mogelijk doen. Dat lijkt tegenstrijdig maar het werkt echt. De waarde zien van en het benutten van al dat fraaie groen dat het moet doen met de naam onkruid. De pioniers, al die verfoeide onkruiden dus, dragen bij aan het geschikt maken van de grond. Je ziet het bijvoorbeeld na een hevige stortbui. Op de akkers van de buren is de grond zo dicht en vast, keer op keer aangereden door zware landbouwmachines, dat het water de grond niet meer in kan. De sloten stromen over en het land staat vol plassen. Ketelbroek kent dat probleem niet. De wortels van het onkruid hebben de grond opengebroken en het water vindt er zijn weg. Het wordt verwelkomd en vervolgens vastgehouden door het enorm rijke bodemleven. De grond is stevig en poreus tegelijk. Eencelligen, wormpjes, schimmels, mossen, insecten en kevers, pissebedden en duizendpoten. Onooglijk misschien, maar zeer nuttige en behulpzame plantjes en diertjes. Absoluut onmisbaar voor een gezond ecosysteem.

Distels groeiden wild over de bosbessen heen in Ketelbroek. Heel veel distels. Met heel veel stekels. Wat nu? Toch maar proberen weg te halen, zegt Wouter dan, met de hand. Het zijn er zoveel dat ik halverwege gestopt ben met wieden. En wat blijkt in het najaar? Juist waar niets is gedaan dragen de struiken hun lekkere bessen. In de schaduw van de distels komen zij beter tot hun recht dan in de volle zon en vrij in de wind. De natuur weet het beter dan wij. De hazelaars komen de eerste jaren ook niet boven de distels uit. Ze groeien graag in de schaduw. Nu alle gewassen wat tijd hebben gehad om uit te stulpen zijn de hazelaars groter dan de distels. Die houden weer niet van veel schaduw en zijn van lieverlee verdwenen. Dat is ook het natuurlijke signaal om andere schaduwminnende groeiers aan te planten, zoals bosaardbeien en struikvarens.

De bodem is in de negen jaar dat Ketelbroek bestaat erg verrijkt en veel gezonder geworden. Het mooie is dat het systeem zichzelf aanvult en versterkt. Metingen wijzen uit de bodemrijkdom enorm is toegenomen. Bij een fikse regenbui loopt het water bij de buren van de akkers af de sloot in. De grond in Ketelbroek is tegenwoordig in staat om honderdduizenden liters regenwater op te vangen en over langere tijd vast te houden. De buren hebben allemaal last gehad van de droogte, de felle stortregens en de ongekend hete zomer van 2018. Ketelbroek niet.

Ik heb vaak gewanhoopt. Nog maar net van start gegaan en de jonge aanplant wordt keihard aangevallen door slakken. Iedereen met een moestuin kent dat probleem. Wat nu te doen. Toch maar korrels strooien? Nee. De padden lossen het probleem op. Die beesten vreten gewoon alles wat in hun bek past. Ook slakken. Die padden leggen hun eitjes in de poel en overwinteren in de natuurlijke strooilaag in de hoger gelegen delen van Ketelbroek. De bestrijder vindt zo zijn thuis, zijn kraamkamer, zijn rust en zijn maaltje in het bos. Dan komen de muizen, ook dat nog. Ongelofelijk veel muizen in het begin. De ooievaar, de torenvalk, uilen en wezels komen er vanzelf op af. Geen last meer van muizen. De dreigende rupsenplaag blijkt een noodzakelijke voedselbron voor de talloze vogels die hun nesten maken in de beschutting van het bos. De rest van het jaar zijn zij de natuurlijke insectenverdelgers. Boos op de merels en lijsters die de eerste appeloogst aanpikken?

Nu het bos meer wasdom heeft, pikken zij nog steeds hier en daar een appeltje aan. Vooral boven in de bomen en ik pluk het spul waar ik bijkan. Wij hebben geen last van elkaar. De sperwer doet de rest. Een struik als kardinaalsmuts groeit op Ketelbroek. Niet te eten. Heel erg giftig zelfs. Toch is de kardinaalsmuts onmisbaar. Het is, net als de prikkelende brandnetel, een waardplant voor vele vlinders en nachtvlinders. Die leggen hun eitjes op de stengels en onder tegen de bladeren aan. Eitjes worden rupsen en uiteindelijk weer vlinders. Samen met de hommels, de bijen en de zweefvliegen zorgen zij voor de noodzakelijke bestuiving van alle gewassen in het bos. Gratis en fantastisch om te zien.

Er is af en toe kritiek op het voedselbos en dan met name over alle exoten die worden aangeplant. Exoten zijn gewassen die van oorsprong niet in Nederland voorkomen. Wouter ziet daar duidelijk de nuance. Aardappel, mais, Engels raaigras, mispel, appel. Bekende gewassen van de Nederlandse akkers. Het zijn allemaal exoten. Op experiment Ketelbroek staan inmiddels meer dan vierhonderd verschillende soorten planten en bomen. Tweederde daarvan komt van andere continenten, maar wel uit een vergelijkbaar milieuzone als de onze. In de ijstijd zijn in West Europa diverse vruchtdragende soorten verdrongen door het oprukkende ijs en toen helaas uitgestorven. Die haal ik terug en geef ze hier weer een kans. Tot grote vreugde van de natuurwinkels hier en een lokale chefkok. Allemaal vaste klanten van het voedselbos. Ik hoef niet te wieden en te ploegen, ik hoef niet met de gifspuit rond, ik hoef niet te bemesten. Het bos groeit langzaam naar een compleet ecosysteem en doet alles zelf. Ik word er lui van. Geen ratelende machines die het bosgeluid overstemmen. Er is altijd wel iets te horen op Ketelbroek. Een vogeltje hier, een kwaakje daar. Zomers en ’s winters. Altijd. Dat geeft rust in de buurt en voedsel uit de buurt.

Wouter snapt ook wel dat je de heersende agrarische mores niet zomaar even een andere richting op duwt. De banken, de veevoederbedrijven, de kunstmestfabrikanten, de chemie van bestrijdingsmiddelen en de politiek hebben andere ideeën en een andere agenda. Een tussenweg is zeer wel te doen. Een goed voorbeeld daarvan gaat binnenkort van start aan de Raakeindse Kerkweg in Molenschot. Je komt er langs met het fietsommetje Duurzaamheid van NLGR.