’t Kleyn Heyken

’t Kleyn Heyken

Ook over het landschap en de Chaamse bossen

Bosbouw

Jammer dat de landkaart van 1918 (Topotijdreis) niet scherp is. Lukt het je wel om te bepalen waar je bent? Wat valt je op?

Als je in 1918 van Gilze naar Chaam fietste, had je aan je linkerhand helemaal geen bos. Toen was dat nog enkel heide. Alleen vennen als Witgoor en Ossegoor waren er toen al wel. Ze liggen er nog. Verder was het allemaal ‘De Groote Heide’.

Het bos dat je toen aan je rechterhand had, was grotendeels al wel aangeplant (op de kaart van 1905 is ook aan de linkerkant geen bos te zien). 
Nederland zat te springen om hout en dan vooral om mooie, lange, rechte bomen voor balken en planken. Landbouw betekent hier bomen op laten groeien en vervolgens ‘oogsten’. Je mag dit met recht ‘bosbouw’ noemen. Het Chaamse bos was een bomenakker, door de beheerder geplant op netjes in rechte blokken verdeelde gronden.

Niet alleen de ‘bosbouwers’ hadden interesse in de heidegronden met wat solitaire dennen en hier en daar een bosje. Ook boeren en burgers keken er begerig naar. Er was een groot gebrek aan landbouwgrond voor de groeiende boerenstand. Burgers zagen er wel handel in. Kopen en verkopen. In onze contreien was een belangrijke speler: ‘het Reijks Domein’. Deze ‘toezichthouder’ had de merendeels woeste gronden in 1844 van Prins Frederik der Nederlanden, broer van koning Willem II, gekregen. Een groot deel werd toegewezen aan de staat met als doel: bosaanplant. 

Antonius Wouters

‘De Domeinen’ verkavelden en nummerden de resterende woeste gronden en verkochten de veelal onbewerkte percelen aan de hoogste bieder. Sommige percelen werden vervolgens weer doorverkocht. Bakker Johannes Preijers verkocht zo in 1919 zijn dennenbos (perceel G783 3,844 hectare) aan Antonius Wouters, geboren in 1891. Deze Toon Wouters beschikte blijkbaar over de middelen, want in hetzelfde jaar kocht hij nog twee percelen dennenbos. De mouwen werden opgestroopt. Het ontginnen kon beginnen. Allemaal handwerk, ga er maar aanstaan.

Op de rand van een topografische kaart staat: ‘In 1921 werd aan ’t klein Heyken een ontginnings-boerderij gebouwd. Het huis werd in dat jaar nog omgeven door heidegebieden met vliegdennen.’ Dat is de boerderij van Antonius Wouters. Rond het Kleine Heike kocht hij in die jaren in totaal 13 percelen, bijna 10 hectaren. Na nog een reeks aankopen ‘schiep’ hij boerenland van de Lange Reit tot aan de Bavelseweg; boerenland waar eerst heide, solitaire vliegdennen en kleine bosjes het beeld bepaalden. Zijn huis, later bewoond door zoon Cornelius Wouters, staat er nog. 

Chaamse bossen 1928
Chaamse bossen 1928

Ons landschap

Ik sta aan de weg Klein Heike bij het boerderijtje ’t Kleyn Heyken (met eetcafé D’n Brooij in zicht). Zo ver ik kijken kan, één glanzend groene grasmat. Ik kijk tot aan de Bavelseweg. Nee, ik kijk tot aan de A58 en zie een kleurrijk lint van vrachtwagens. Verder een groene vlakte. Wat is het landschap dat ik moet en wil koesteren? Als ik hoor dat iemand het heeft over ‘ons landschap’, houd ik mijn adem even in. Dat landschap is zo onvoorstelbaar anders dan pakweg 100-jaar geleden. Daar wordt door ons zo enorm veel aan natuur en landschap gesleuteld.  

Klein Heike
Klein Heike 2020

Met dank aan www.topotijdreis en aan Anton van Hoek (heemkring Molenheide)

Tekst en foto Will van Riel