Rare streken

Over pimpernelblauwtje, gentiaanblauwtje en icarusblauwtje

Vlinders
1 september begon de meteorologische herfst. De dagpauwoog, die in mijn berging zit, zoekt mogelijk al een plaatsje om te overwinteren. Zij verrast me wel, want het is nog vroeg in het seizoen. Veel van haar soortgenoten vliegen nog volop rond. De atalanta’s bijvoorbeeld bezoeken nog met regelmaat de herfstaster en de hemelsleutel. Twee planten die u zeker in uw tuin moet hebben. Sommige vlindersoorten hebben drie generaties per jaar, het landkaartje bijvoorbeeld. Van het landkaartje vliegt nu de najaarsgeneratie rond. De atalanta is een trekvlinder. Die verzamelt momenteel energie voor een lange vlucht. Ik wil het in deze column echter hebben over een prachtige, kleine dagvlinder, die in mijn kinderjaren in de velden rond onze dorpen nog volop rondfladderde. Zonder overigens dat ik toen wist dat er meerdere soorten blauwtjes zijn. Het gentiaanblauwtje en het pimpernelblauwtje zijn zeldzaam, het icarusblauwtje niet. Om misverstanden te voorkomen, alleen het mannetje heeft die mooie, blauwe kleur.

Icarusblauwtje
Uit mijn kinderjaren weet ik dat het icarusblauwtje een onrustig vlindertje is. Niet makkelijk te vangen met je van een nylonkous gemaakte vlindernet omdat zij telkens weer opvliegt om, een beetje pesterig, een paar meter verderop weer op een bloem te gaan zitten.
Icarusblauwtjes moeten het tegenwoordig vooral hebben van het openbare groen en dan met name van de bermen. Daarom probeert onze gemeente door ecologisch beheer onze bermen te verschralen zodat ze bloemrijker worden. Ik weet in ons agrarisch buitengebied echter ook een mooie weide met veel klaversoorten. Icarusblauwtjes houden van bloemrijk grasland en hebben een voorliefde voor klaversoorten zoals gewone rolklaver en kleine klaver. De rupsjes van dit blauwtje leven van klaver. Eenmaal verpopt komen de vlinders na een maand al te voorschijn. De laatste generatie vliegt in september nog rond. Bloemrijk grasland… wie droomt daar niet van?

Gentiaanblauwtje en pimpernelblauwtje
De natuur is een wondere wereld. Het gentiaanblauwtje is daar het levend bewijs van. Dat blauwtje is zeldzaam omdat het alleen houdt van een even zeldzame plant: de klokjesgentiaan. U kunt deze gentiaan tegenwoordig  ook bij in de plantenhandel als kweekvariant kopen, maar de plant groeit oorspronkelijk in onze vochtige heidegebieden. Het gaat zo: De vlinder legt haar eitjes op de waardplant, de klokjesgentiaan dus. Komt het rupsje uit het eitje, dan begint ze direct aan de bloem. Volgevreten laat ze zich dan op de grond vallen. Daar ligt ze rustig te wachten tot er een mier langskomt, een gewone steekmier. Ze zorgt dat ze opvalt en wordt door de mier meegenomen naar haar nest. In ruil voor een winterslaapplaats geeft het rupsje een honingachtige stof cadeau. Ze laat zich bij wijze van spreken melken en blijft zelf  in leven door wat mierenlarven te eten. De rups verpopt en in juli komt een nieuw gentiaanblauwtje te voorschijn. En dan begint de hele cyclus weer opnieuw.
Het lijkt erop dat het pimpernelblauwtje deze rare streken van het gentiaanblauwtje heeft afgekeken. Dat blauwtje kiest dan uiteraard de pimpernel als waardplant uit en neemt ook een ander model mier. De rare streken blijven verder gelijk.
Om deze bijzondere vlinders van de ondergang te redden, worden er al een aantal jaren blauwtjes uitgezet in daarvoor geschikte natuurgebieden. Eigenlijk zijn de natte, open bossen bij de Nieuwe Maastrichtsebaan bij Gilze daar prima voor. Met wat bloemrijk grasland in het er naast liggend agrarisch gebeid (rond de bovenloop van de Gilzer Wouwerbeek) wordt het biotoop compleet.
De bijgevoegde tekening van het pimpernelblauwtje komt uit het tijdschrift Puur Natuur van Natuurmonumenten (zomer 2016).