Poelen, A zeggen is niet genoeg

bomen

Over poelen als natuurlijke landschapselementen en over onderhoud

Tegen de basis

Het is zaterdag en er ligt een beetje poedersneeuw. Ik tel een tiental vrijwilligers van de NLGR. De ploeg is niet op volle sterkte. Er wordt weinig gesproken en de lawaaipapagaai hoor je ook niet. De motorkettingzaag is thuis gebleven. Voorman Sjoerd Borst zegt wat er gedaan moet worden.
Vandaag wordt een poel ‘schoon’ gezet. De poel ligt samen met een tweede poel verscholen in een bosje van Staatsbosbeheer. Iets verderop ligt de Bavelse Poort, de zuidelijke toegang tot de vliegbasis. In de jaren 50 mijn ideale speelterrein: een reeks ‘bomskuilen’ die vol water stonden. Groene kikkers, salamanders …. Die kuilen zijn allemaal dichtgegooid. De oorspronkelijke bosstrook is opgegaan in het weiland van een boer.
De poel waar nu bij gewerkt wordt, dateert van latere datum. In juli van vorig jaar schreef ik dat we meer dan honderd poelen telden in onze gemeente. Dit is er één van. Gegraven om het biotoop van de boomkikker te versterken. Stiekem zijn we apetrots op het succes dat we hebben met alle maatregelen die voor boomkikkers getroffen worden. Het gaat heel goed met deze kleine, groene kroonjuweeltjes van de gemeente Gilze-Rijen.
Dieren stellen eisen aan hun habitat. Boomkikkers hebben bijvoorbeeld behoefte aan een open poel waar het zonlicht het water deels kan verwarmen. Het dichtgroeien van een poel moet dus voorkomen worden. En de zuidelijke zonzijde moet zoveel mogelijk vrij blijven. Bovendien moet in de omgeving van de poel schuilgelegenheid zijn. Voor boomkikkers zijn dat bij voorkeur braamstruiken. Zoals regel is, wordt het snoeiafval in takkenrillen gestapeld. Jos is er druk mee bezig.

Warme broodjes

Het is verbazingwekkend hoe populair het aanleggen van poelen de laatste jaren is, zowel bij particulieren als bij de overheid. ‘Dan zetten we daar wat fruitbomen neer, een mooi bankje erbij en daarnaast dan een poel!’ Nee, voor ons hoeft er geen rem op. Poelen zijn heel waardevolle landschapselementen. Het zijn kleine en toch complete leefgemeenschappen van planten en dieren. Wie A zegt, moet echter ook B zeggen. Het is geen kunst om een poel aan te leggen; het is een kunst om een poel te onderhouden. Direct nadat een poel is aangelegd, begint deze al te ‘verlanden’. Vroeger was een poel in een weiland vaak een drinkpoel. Koeien zorgden toen automatisch voor de verjonging. Veedrinkpoelen zie je echter niet meer. Onderhoud is allemaal mensenwerk.
Als ik de heftige groei van het aantal poelen zie, vrees ik soms dat al deze poelen over een paar jaar weer dichtgegooid worden. Ik roep eigenaren van poelen op om een beheersplan te maken voor dit soort landschapselementen. Voor het onderhoud is bijvoorbeeld de NLGR een goede partij. We merken dat heel veel mensen warm lopen voor deze vorm van verantwoord, gezond en maatschappelijk bewust bezig zijn. Nu doet dat de NLGR geheel op basis van eigen inzicht. Nergens is sprake van een meerjarig beheersplan, dat de werkzaamheden min of meer stuurt. Partijen  kunnen elkaar ook helpen. De NLGR heft bijvoorbeeld de apparatuur niet om de bagger uit een ‘verlande’ poel te trekken. Beheerders, ambtenaren en politici, kom eens kijken als de NLGR in het veld bezig is. Bekijk wat we voor elkaar kunnen betekenen.

De rijkdom van een poel

Veel soorten zijn grotendeels afhankelijk van dit soort poelen. Denk aan libellen, amfibieën, vlinders, andere insecten, waterplanten zoals drijvende waterweegbree, oeverplanten en nog tal van andere soorten. Het is nu februari. Voor het merendeel van de poelen is beheer in het water dan aan de late kant. September, oktober zijn veiliger maanden. De watertemperatuur is in die maanden nog hoog genoeg waardoor veel soorten nog vrij actief zijn en bij verstoring zich dus nog kunnen verplaatsen. Oeverbeheer, zoals we nu doen,  kan de hele winter. Meer interesse? Kijk eens op Poelen.nu.