Opgroeien tussen reuzen

Over een doodsbeenderenboom en een tamme kastanje

Variatie

Rond de kerk in Gilze staat een verzameling monumentale bomen. De kastanjes tussen kerk en school zijn voor het merendeel ziek. Dat weet u al. Er zijn inmiddels drie bomen vervangen. Daar zal het niet bij blijven, hoewel kap zo lang mogelijk zal worden uitgesteld.  De verleiding was groot om weer voor de paardenkastanje te kiezen. Basisschool ‘De Bolster’ ontleent immers daar haar naam aan.  Bovendien lijken de rode kastanjes aan de naburige Kerkstraat het best goed te doen.
Toch is er bewust gekozen voor het planten van een variëteit aan bomen. De eerste gevelde kastanje is vervangen door een plataan. Die heeft inmiddels de kans gekregen om goed te wortelen en staat er blakend van gezondheid bij. Dit voorjaar  zijn een tweede en een derde kastanje gesneuveld. Nummer twee is vervangen door een tamme kastanje. Tamme kastanjes hebben geen last van de bloedingsziekte. De keuze werd ook ingegeven door het feit dat ook deze kastanje bolsters heeft. De tamme kastanje lijkt nu nog wat iel, maar zal zijn plek wel veroveren. De derde nieuwe boom, ook dit voorjaar pas geplant, heeft het duidelijk moeilijker.
U moet zich niet vergissen in de zware opgave waarvoor een ‘vervangende’ boom staat en zeker als je buurman een decennia-oude reus is. Verreweg de meeste bomen in onze dorpskernen kunnen niet bij het grondwater komen. Ze vechten dus om het regenwater. Dat water laten we nu vooral via het riool weglopen. De verstening van het openbare gebied en de particuliere tuinen zorgt ervoor dat het regenwater, dat rijkelijk valt, nauwelijks door de bodem kan worden opgenomen. Ook daar weet u inmiddels alles van.

Doodsbeenderenboom

Laat nu net die derde, nieuwe boom een aparte boom zijn. Het is een doodsbeenderenboom, ook wel hertengeweiboom genoemd. Het is maar waar de knekelvormige takken je aan doen denken. Met de begraafplaats in de buurt zal de ene gelijkenis sneller opvallen dan de andere.
Die boom is een zeldzame maar toch weer niet zo’n vreemde verschijning. Hij wordt al jaren aangeplant in botanische tuinen, museumtuinen, rond kerken en op begraafplaatsen. Kijk eens goed naar de skeletvormige takken en de knekelvormige voet van de bladstelen. En let ook eens op de kleur. Valt u ook dat matte blauwgrijs op?

De doodsbeenderenboom kan 25 m hoog worden, maar wij zijn voorlopig al blij met 10 meter. Een volwassen boom heeft een open, onregelmatige, losse kroon. Hij komt oorspronkelijk uit het oosten van Noord-Amerika, waar hij ‘dead tree’ genoemd wordt. Het is dus een uitheemse boom. Nu zitten we met dat uitheems en inheems al een tijdje in onze maag. Enerzijds wordt uitheems soms inheems door het verschuivend klimaat, anderzijds hebben flink wat inheemse bomen met akelige ziekten af te rekenen.Deze ‘uitheemse’ gast kan goed tegen hitte, droogte en luchtvervuiling. Daarin past hij prima bij de plataan.
Onze Gilse doodsbeenderenboom heeft een moeizame start. Dat laat de foto zien. Het is ook een beroerde zomer met het ene moment enorme stortbuien en het andere moment 30 graden. We duimen voor onze boom. Niet dat we eraan twijfelen of hij het gaat redden, maar vooral omdat we hopen dat hij zijn natuurlijke vorm mag krijgen. Het hebben van naakte takken is voor deze boom overigens niet zo vreemd. Zijn Griekse naam betekent niet voor niets ‘naakt tak’.
De schoonheid van de doodsbeenderenboom zit vooral in het blad. Dat is dubbel geveerd en kan bijna een meter lang worden. Kijk naar de foto en let op de gave gelijkvormige deelblaadjes. Dat blad wordt in de herfst goudgeel, soms met een oranje gloed. Deze boomsoort is tweehuizig, een boom is dus een ‘mannetje’ of een ‘vrouwtje’. Je hebt daarom kruisbestuiving nodig om tot een vruchtbeginsel te komen (meestal bij het ‘vrouwtje’). Ook de wilg is bijvoorbeeld tweehuizig.
Vraag me niet of we in Gilze nu een mannetje of een vrouwtje hebben. Dat weet ik niet. Mogelijk zien we dat in juni. Dan draagt de vrouwelijke doodsbeenderenboom groenwitte bloemtrossen. Bij bevruchting krijgt de boom daarna lange, donkerbruine peulen. Ze vallen in de winter ongeopend van de boom. De peul blijft zo lang mogelijk de zaden beschermen.