Muizen

bosmuis

Over bosmuis, eikelmuis en huismuis

Bosmuis

Een muisje waggelt snel over het terras achter mijn huis op zoek naar broodkruimels. Het is de plaats waar het tafelkleed uitgeklopt wordt. Hij zal genoegen moeten nemen met wat de vogels hebben laten liggen. Ineens roetsjt hij de struiken in die naast de vijver staan. Al ben ik binnen, ik had me toch niet moeten bewegen! Ik veronderstel dat het geen dwergmuis geweest is. Dat is het kleinste knaagdier van Europa. Ik vermoed eerder een bosmuis, gelet op z’n grote, ronde oren.

Muizen zijn knaagdieren net als hamster, eekhoorn, bever en rat. Dat knagen zegt iets over hoe ze aan eten komen en hoe ze hun huis verbouwen. Het zijn ook zoogdieren en dat zegt iets over hoe ze hun jongen grootbrengen.

Eikelmuis

Een echte acrobaat is de bij ons, nagenoeg alleen in Zuid-Limburg voorkomende eikelmuis. Dit is een vrij forse muis: kop en romp 10 tot 17 cm. Hij beweegt zich in bomen en struiken net zo makkelijk als op de begane grond. Deze muis zoekt soms de bewoonde wereld op, maar zal altijd in de buurt van bomen en struiken blijven. Daarin bouwt hij zelfs een nest, hoewel hij met hetzelfde gemak een bestaand nest of holte kraakt. Overdag kun je hem voor het merendeel van de tijd in zijn nest vinden. 

Bijzonder is het dat hij naast plantaardig ook dierlijk voedsel eet. Denk aan slakken. Hij rooft ook wel een ei of zelfs een jonge vogel uit het nest. Een eikelmuis legt geen wintervoorraad aan, met als gevolg dat hij zo nu en dan zijn winterslaap onderbreekt om voedsel te zoeken. 

Huismuis

Veel bekender is uiteraard de huismuis. Hij is een maatje kleiner dan de eikelmuis en een maatje groter dan de bosmuis. Zijn grote, zwarte, blinkende ogen vallen direct op. Verder is hij maar wat grijs en grauw. Je vindt de huismuis over de hele wereld, zelfs op onbewoonde eilanden. Dat laatste is bijzonder omdat de huismuis graag de omgeving van mensen opzoekt. Daar dankt hij ook zijn naam aan.

Dat je muizen in huis hebt, ontdek je meestal aan de poepjes die ze achterlaten. Zie je één huismuis, dan zitten er meer. Ze leven namelijk bij voorkeur in groepen. Het zijn alleskunners. Ze knagen als de beste, klimmen tegen een muur op om de zolder van een huis te bereiken, springen en zwemmen de sloot over.

De huismuis speelt in heel wat verhalen een rol. Hij wordt dan vaak op een karakteristieke manier in beeld gebracht. De tekenfilmmuis snuffelt met zijn neus in de lucht, zet zijn achterpoten dwars en richt zich op. Hij blijft aldoor snuffelen met zijn neus in de lucht. Ruikt hij geen onraad of iets lekkers, dan laat hij zich op zijn poten zakken en vervolgt zijn weg. Dat beeld is de huismuis ten voeten uit. En het klopt, want ruiken is voor een huismuis van groot belang. Hij (halfblind) gebruikt zijn neus ook om de weg terug te vinden. Die weg heeft hij zelf met urinedruppels gemarkeerd.


Huismuizen zijn alleseters: zaden, noten, insecten maar ook door mensen gemaakt voedsel als kaas. Vinden ze voldoende voedsel binnen, dan blijft de hele familie ook binnen. Is er voor een familielid geen plaats meer, dan schoppen ze hem of haar buiten, waar de weggestuurde muis overigens niet lang zal blijven leven. Meestal verblijft de familie in de zomer buiten en zoekt ze in de herfst weer haar plekje binnen op.

bosmuis

Neem rustig de tijd om te genieten van de actiefoto’s gemaakt door NLGR-fotograaf Theo Jansen. Ik vermoed dat hij tweemaal de muis ‘betrapt’ heeft. Zo sierlijk als de afzet is, zo sierlijk is ook het moment dat de muis ‘doeltreffend’, met zijn staart als roer, door de lucht zweeft. Let ook op de lichtjes in zijn donkere ogen.

Theo gebruikt volgens mij niet de ‘sportstand’ van zijn camera. Dat is de burstfunctie waar je gebruik van kunt maken om bijvoorbeeld voorbijrazende wielrenners te fotograferen.

Foto’s Theo Jansen tekst: Will van Riel