Komen en gaan

Atalanta vlinder

Over trekvogels en een trekvlinder

Zomergasten en wintergasten

kieviten

Elk jaar kun je in september, maar vooral in oktober, indrukwekkend grote zwermen vogels zien. Soms valt je mond open van verbazing. Om de grote vluchten waar te nemen, ga ik bij voorkeur naar Zeeland. Net voorbij de Brabantse Wal gaat de auto een parkeerplaats op. Een enorme vlucht kieviten heeft zichzelf daar in een grote, ondiepe plas tussen de weilanden geparkeerd. Met mijn verrekijker haal ik ze dichterbij. Ze hebben ‘t druk met elkaar. Ze bespreken vast het weer. Deze steltlopers vertrekken zodra het gaat vriezen. Ineens, zonder aanwijsbare reden vliegt één vogel op en trekt vervolgens de hele meute met zich mee. Dan laat ik mijn kijker zakken, want zo’n vlucht zie je beter met ‘het blote oog’. Alle kieviten walsen nu boven de plas. Je vraagt je af, wie hier de dirigent is.

De plaatsen van de uit ons land vertrekkende vogels, worden ruimschoots ingenomen door nieuwkomers, kolganzen bijvoorbeeld. Zij komen uit de Siberische toendra en overwinteren in onze streken. Als de kolganzen zich in de plas laten vallen, gaat een grote groep eenden er vandoor. Deze eenden nemen een regen van waterdruppels aan veren en poten met zich mee en laten die vallen boven twee argeloze fietsers op het fietspad. Een prachtig geluid, zo’n massale partij klapwiekende vleugels van grote watervogels. Ik hoorde dat er in de Ooijpolder bij Nijmegen al zevenduizend kolganzen geteld zijn.

brandganzen

Niet alleen watervogels komen en gaan. De Zeeuwse heggen zitten ook vol vinken. Mogelijk verhuizen ze binnenkort een eindje verderop, naar Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld. Of zijn het nieuwkomers uit Noord-Europa? Hoe dan ook, ze zijn duidelijk opgewonden.

Iemand tipt ons Neeltje Jans. ‘Ga daar naar de spreeuwen kijken!’ Op afstand lijkt het wel een wolk muggen. Draaien, wenden, keren en ineens landen in een grote strook duindoorn. De oranje, fris zure bessen lichten op in de zon. Van de besjes kun je jam maken of ze verwerken in wildgerechten. Spreeuwen lusten ze ook. Binnen korte tijd heeft de hele strook haar oranje gloed verloren en trekken de schavuiten verder. Ook hierbij vraag ik me af of dit hongerige nieuwkomers uit Noord-Europa zijn of ‘eigen’ vogels die zichzelf, alvorens te vertrekken, nog even goed vol eten.

Doortrekkers

We hebben niet alleen blijvers, zomergasten en wintergasten. Er zijn ook doortrekkers. Goudhaantjes zijn daar een mooi voorbeeld van. Helaas past niet alles in ons programma. Ik moet De Nolle bij Vlissingen links laten liggen. Laat dat nou de topplaats zijn voor het spotten van goudhaantjes, aandoenlijke propjes van ruim acht centimeter en een gewicht van vier tot zeven grammetjes.

Atalanta’sAtalanta vlinder

Toch wordt de eerste plek in mijn Zeeuwse waarnemingen niet ingenomen door een vogelsoort. Nee, op één staat een vlucht van wel 20, nee zelfs 25 atalanta’s. Ik zag ze in de landschapstuin van Terra Maris bij Oostkapelle. Ze zaten op een hedera die haar weg zocht over een gemetselde keermuur. Het muurtje was tactisch op het zuiden gericht en lag heerlijk opgewarmd in de najaarszon. De hedera, gewone klimop, bloeit juist in oktober, november en is daardoor een van de laatste planten waar bijen en vlinders op afkomen. Ook de statige, krachtige atalanta is een nomade. Elk jaar verlaat zij het hete zuiden, waar ze de wintermaanden heeft doorgebracht en gaat op zoek naar het langzaam warmer wordende noorden. Daar zorgt zij voor nageslacht.

Maakten de Zeeuwse atalanta’s zich gereed om naar het zuiden te trekken of behoorden ze tot de minderheid die hier in Nederland overwintert, om zich volgend jaar in maart, ver voor de zuiderlingen arriveren, weer te voorschijn te komen?

Foto’s: Tienes de Jong, tekst: Will van Riel