Invasieve, uitheemse soorten

Over Japanse duizendknoop en rode rivierkreeft

Boter op je hoofd

De Nederlandse plantenhandel stak onlangs een waarschuwende vinger op. ‘Neem geen plantjes mee uit het een of andere Zuid-Europese land’. Ik voelde me aangesproken. In mijn kampeertijd nam ik vaak wat plantgoed mee uit berm- of bosrand. Nooit iets kostbaars, maar altijd wel iets dat nieuwsgierig maakt. Nog heb ik thuis wat zaadjes van een boomsoort liggen, waar ik mee wil experimenteren. Nee, geen zeldzaam materiaal. Natuurlijk, ik realiseer me nu beter dan vroeger dat er gevaar in schuilt. Ik kan er  een plantenziekte mee invoeren. Ik kan een plantje importeren dat verwoestend zijn werk gaat doen in de vaderlandse natuur. Wat me echter irriteert is dat vingertje van de plantenhandel. Deze handel manipuleert kamer- en tuinplanten op grote schaal. Ze is zelf niet te beroerd om een soort in te voeren omdat de bladeren of de stengels zo mooi voor vulling in een boeket zorgen.
Grote kans dat we zo aan de Japanse duizendknoop gekomen zijn. Dat is een beruchte, expansieve exoot. Dat klinkt gevaarlijk en dat is het ook. Een expansieve exoot, plant- of diersoort, verdringt onze inheemse plant- en diersoorten. Zo’n exoot voelt zich bij ons in luilekkerland en heeft hier geen vijanden. Woekeren dus!
Deze woekeraar heb ik bij Water aan de Warande aangetroffen: langs het wandelpad in de buurt van de ‘viskade’ en op de noordzijde van de grondwal. Ook bij Midden-Brabant-Poort hebben we hem waargenomen. Hij groeit graag op een wat vochtig plekje in de zon en verovert met wortelstokken steeds meer terrein. In de winter sterft het bovengrondse deel van de plant af. De plant bloeit nu met crèmewitte bloemen.

Vrijwel onuitroeibaar

Japanse duizendknop is niet makkelijk klein te krijgen. Hij heeft hier geen natuurlijke vijanden, geen schimmel en geen insect en is bovendien nauwelijks gevoelig voor bestrijdingsmiddelen. Juist omdat de plant geen insecten aantrekt, is een grote plaats vol Japanse duizendknoop voor vogels en kikkers ‘waardeloos’. De beste bestrijdingsmethode is de plant uitputten door hem om de veertien dagen te maaien. Maaien houdt ook in eerst laten uitdrogen en daarna afvoeren. Niet bij het normale groenafval gooien. Elke ‘levend’ stukje kan opnieuw uitlopen. Een poging wagen om de plant uit te graven, is een slecht idee. De wortels kunnen wel 3 meter diep zitten. Varkens en geiten schijnen de plant wel te lusten (heeft een rabarbersmaak).
Is er dan geen enkel pluspunt aan deze woekeraar. Toch wel, bijen houden van hem. Weegt dit voordeel tegen de nadelen op? Absoluut niet!

Rode rivierkreeft

Nog een invasieve exoot heeft zijn weg naar Water aan de Warande gevonden,  waarschijnlijk met menselijke hulp. Dat is de rode rivierkreeft, een Amerikaanse rivierkreeft. Exoten dragen niet zelden de naam van de plaats waar ze vandaan komen.
Pakweg een maand geleden zochten Huub Quirijnen en ik een geschikte plaats langs Water aan de Warande om een boomstronk uit het Mollebos te water te laten. De stronk zou gevaar opleveren voor spelende kinderen. Op een van de locaties scharrelde zo’n rivierkreeft langs de oever. Al eerder dit jaar ontving ik een foto van Ton van Dongen. Hij nam deze kreeft waar in de buurt van de oeverzwaluwenwand.

Het gaat heel goed met deze Amerikanen in onze sloten en plassen. En wat voor elke invasieve exoot geldt, geldt ook voor de kreeft. De gevolgen voor de inheemse soort, onze eigen Europese rivierkreeft, zijn groot. Vreten ze die dan op? Nee, maar Amerikaanse rivierkreeften zijn dragers van de kreeftenpest waartegen onze autochtone kreeften niet bestand zijn. We kennen dat verschijnsel ook van onze eekhoorns.
Wat eten rode Amerikaanse rivierkreeften dan wel? Planten en vissen- en amfibieëneitjes. Ik moet eerlijk blijven; mensen vinden die rode rivierkreeften heerlijk.