Gilzewouwerbeek

Gilzewouwerbeek

Over ruilverkaveling, evz en ommetje Klein Heike

Ecologische verbindingszone

Gilzewouwerbeek Een kabbelend beekje! Het zou me niets verbazen als u deze foto niet direct kunt plaatsen. Het is een ‘natuurlijke’ stuw die het water deels tegenhoudt. In dit geval het water van de Gilzewouwerbeek bij de Bolberg in Bavel. Een paar van deze stuwtjes achter elkaar noemen we een vistrap. Stroomopwaarts zwemmende visjes zoals het stekelbaarsje kunnen zo’n vistrap makkelijk nemen. Ik moet bekennen dat voor mijn gevoel Breda ons te slim af is geweest. Als het om subsidies binnenhalen gaat, moet je snel kunnen reageren en een beetje gehaaid zijn. Op het informatiebord valt me direct de foto van de boomkikker op. ‘In 2012 heeft de Gemeente Breda het beekdal van de Gilzewouwerbeek heringericht als natuurgebied met subsidie van Provincie Noord-Brabant en met medewerking van Staatsbosbeheer en Waterschap Brabantse Delta.’ Die boomkikker staat op het bord omdat het hier gaat om een ecologische verbindingszone voor de boomkikker. Breda wilde er vooral ook een mooi wandelgebied van maken voor haar Bavelse inwoners.

1950-1980 Grote ruilverkaveling

Gilze-Wouwer, Grote Wouwer Lei, Voortjese Lei en Langereitse Lei. Ik houd het maar bij de Wouwerbeek. Lei is een oud woord voor beek of riviertje. Eigenlijk is een lei of beek een door de natuur gevormde greppel waarin het water zijn weg zoekt van hoger naar lager gelegen gebieden. Zo natuurlijk is de Wouwerbeek echter niet meer. Daar is de ruilverkaveling Gilze-Bavel-Rijensbroek debet aan. De vergunning voor deze verkaveling werd in 1966 afgegeven; daarmee was dit gebied een van de latere grote verkavelingen.Gilzewouwerbeek

Er is met de beek geschoven totdat deze strak in het harnas van wegen, weilanden en akkers liep. Ze lijkt op veel plaatsen meer op een door mensen gegraven waterloop. Zeg maar: sloot. Met de kennis van nu kunnen we zeggen dat natuur en landschap toen nauwelijks een rol speelden. Of wat scherper gezegd: het oorspronkelijke landschap is aan betere agrarische bedrijfsvoering geofferd. Het heeft de Wouwerbeek geen goed gedaan.

Een wouwer is een visvijver. Nu denkt u bij een gebied tussen Gilze en het Prinsenbos met een naam als Klein Heike niet direct aan waterplassen, maar die waren er wel. En de verklaring is simpel: in het gebied ten zuid-westen en ten westen van Gilze zitten platen leem in de grond. Op zo’n leembekken kan het water niet weg en vormt een poel. Een betrouwbare bron meldde me dat men er voor de 2e Wereldoorlog bij een strenge winter kon schaatsen. Er is een serieuze poging gedaan om in het gebied tussen Hoogstraat en Chaamse weg leem te winnen voor de fabricage van stenen. Het is bij een plan gebleven.
De Wouwerbeek slingerde tussen de wouwers door of doorkruiste zo’n wouwer zelfs.

Boomkikker

Het zijn de boomkikkers uit het Chaams Broek die de boomkikkerpopulatie op de vliegbasis van hun dreigende inteelt moeten verlossen. Het was uiteraard aanvankelijk de bedoeling dat ze linea recta van ’t Broek naar de basis zouden wandelen. Daar werd een stokje voor gestoken. Dat kikkertje moest maar een ommetje maken: via Bavel, via Molenschot Noord (Toxandria) en door de bossen van Staatsbosbeheer naar het vliegveld. Dat beestje is pakweg 4 tot 5 cm groot! Maar, en dat is het mooie, het gaat hem lukken!

Een foto van de Wouwerbeek bij Gilze laat zien dat het bij ons inderdaad slechts om een sloot gaat. Dat is jammer. De beek is een belangrijke ader in een fijnmazig ecologisch netwerk van waterlopen bij Gilze en Molenschot; een gebied met potentie op het gebied van ecologie, recreatie, waterberging en cultuurhistorie.

We doen een eerste duit in het zakje: Ommetje Klein Heike loopt voor een beperkt deel langs de Gilzewouwerbeek. Misschien dat meer mensen de potentie zien en dat ook wij ooit de hele loop als natuurgebied kunnen inrichten.

Foto’s en tekst: Will van Riel

Gilzewouwerbeek