Een Wonderen Wereld

Valkenberg

Over landgoederen en de NLGR-lezing van 25-11

Grillige grens, Altena en Valkenberg

ValkenbergAls kind dacht ik dat er, verscholen in de bossen, aan de Altenaweg in Gilze een kasteel stond. Daar woonde vast een baron of zoiets. Later bleek het minder sprookjesachtig dan gedacht. Het enige echte landhuis (kasteel, buitenplaats) met bijbehorend landgoed moet u in onze gemeente zoeken aan de grillige westgrens beneden de A58: landgoed Valkenberg. Mogelijk genoemd naar de eerste eigenaresse, of was het juist andersom? Je verwacht dat je daar op Chaamse grond bent, maar het blijkt Gilze te zijn. Of is het Molenschot? Vroeger reed je met de auto over de Slingerdreef naar de Fazanterie en dus ook naar landgoed Valkenberg. Het ‘buitenhuis’ zelf is niet de grootste parel. Het oorspronkelijke landgoed wel! In die hoek liggen meerdere landgoederen, waaronder Anneville. Mijn Chaamse grootmoeder vertelde altijd met trots dat koningin Wilhelmina na de oorlog, toen Noord-Nederland nog niet bevrijd was, in dit buitenhuis gewoond heeft. In een bron lees ik, en dat heeft oma nooit verteld, dat prins Bernard ooit op vriendenbezoek ging en met een helikopter op het gazon van het Valkenberg landde.

Valkenberg landhuis

Brabants Landschap

‘Brabant wemelt van de landgoederen’. Ik citeer Thijs Caspers, de man die woensdag 25 november om 20.00 uur in De Boodschap in Rijen de NLGR-lezing houdt. Een flink aantal van deze landgoederen is in het bezit van Brabants Landschap. Het behoud van deze ‘oude’ natuurgebieden (gebouwen, lanen, landerijen, bossen en natuurterreinen) is daarmee veilig gesteld. Het merendeel van de Nederlandse landgoederen is overigens nog particulier bezit. Je mag ‘je tuin’ een landgoed noemen als hij in elk geval 10 voetbalvelden groot is en voor 30% uit bos bestaat. Geef je als eigenaar het publiek de kans om langs je lanen te wandelen en door je bossen te dwalen, dan levert dat fiscaal voordeel op. Dat is natuurlijk de bijzondere opgave van elke eigenaar: het financieel kunnen behouden van het bezit.

Een landgoed is eigenlijk een verstilde plek waar mensenhanden tuinen, doorkijkjes, statige lanen, waterpartijen, boerderijen enzovoort hebben aangelegd. Regelmatig zijn bijzondere bomen aangeplant, maar er werd toch vooral vanuit de kwaliteit van de bodem gewerkt: klei of zand, nat of droog, hoog of laag.

Een landgoed werd vaak als een soort ommetje aangelegd. Het pad moest de wandelende familie en haar bezoek langs een afwisselend schouwspel van bossen, bouw- en weilanden, waterpartijen en lanen leiden. Telkens moest de aandacht van de wandelaars getrokken worden door weer een nieuw tafereel. Soms is die formele aanleg vakkundig bewaard, vaker is deze nagenoeg geheel verloren geraakt.

Valkenberg

Valkenberg landgoedValkenberg is een heel oud landgoed dat minstens teruggaat tot de 14e eeuw. Het heeft nog enkele monumentale bijzonderheden zoals een grafkelder maar ook drie veteranen onder de bomen: een grove den, een amerikaanse eik en een zomereik. Ooit had het landgoed, medio 18e eeuw, een zeer formeel ontwerp: 5 lanen die elkaar op een centraal punt ontmoeten. De rechthoekige boomgaard en een moestuin, die toen ten westen van het huis werden aangelegd, bestaan nog steeds.

Gaat u er nu wandelen, en dat moet u zeker doen, dan zult u dat oorspronkelijk formele nergens voelen. Integendeel, mensenwerk is juist niet nadrukkelijk aanwezig. Geniet van de beuken, veelal uit de 19e eeuw, de naaldbomen (20ste eeuw), maar vooral ook van de grote variëteit aan boomsoorten. U vindt er beuk, eik, fijne en grove den, spar, larix, douglas, prunus, berk, acacia, es, peppel en wilg.

Denkt u dat landgoederen vooral geschiedenis zijn, dan hebt u het mis. Er worden door particulieren nog steeds nieuwe landgoederen aangelegd.

Ik hoop u 25 november om 20.00 uur te zien in de Boodschap in Rijen. Thijs Caspers gaat u daar een heleboel vertellen over Brabantse Landgoederen. Thijs heeft meegewerkt aan het grote landgoederenboek van Brabants Landschap. In dat boek worden 23 buitens rond Breda behandeld.

 

Foto’s en tekst: Will van Rie