Een wandeling die me is bijgebleven

Veenpluis

Over wielewaal en fluiter, veenpluis en waterviolier

Veenpluis en gagel

VeenpluisJanuari, een stille wintermaand, een maand om thuis in berging, garage of werkkamer wat op te ruimen. Wat kan blijven, wat kan weg? Ik heb een doos onder mijn bureau staan waarin ik in de loop van een jaar allerlei aantekeningen, knipsels, foto’s en hersenspinsels bewaar, van alles dus waarvan ik indertijd dacht: Kan ik misschien nog ooit gebruiken! In die doos vond ik, in trefwoorden opgeschreven, mijn indrukken van een wandeling. Het betrof een voorjaarswandeling met een goede vriend die in Netersel in de buurt van de Beerze woont. We gingen voor de wielewaal maar kregen veel en veel meer. Veenpluis bijvoorbeeld.

Voor bloeiend veenpluis moet je vooral in de lente op stap. Veenpluis ziet er zo heerlijk exotisch uit. Je vindt veenpluis in gebieden met natte, voedselarme heide: veel zand, wat leem en een beetje veen. Dat exotische dankt veenpluis aan de katoenachtige pluizen. Elke aar bestaat uit een heleboel ‘bloemen’. Elke bloem verandert in een zaadje met witte haren van soms wel 5 centimeter: het witte pluis. Veenpluis is niet exotisch maar eigenlijk heel gewoon; ‘gewoon’ in de betekenis van: vind je overal.

Eén veld in het stroomgebied van de Beerse beek stond vol houtige struiken die een harsachtige geur verspreidden: gagel. Het blad is niet groot, langwerpig en grijsgroen van kleur. Het lijkt een beetje op de olijf maar voelt veel taaier aan. Ik kon toen nog niet bevroeden dat ik een paar maanden later aan een kruidig gagelbiertje zou zitten.

 

WaterviolierWaterviolier plant

De wandeling voerde ons wat dieper het bos in. De bodem werd natter; regelmatig doken beekjes op. Hier zat het grondwater hoog en zakte via natuurlijke en gegraven watergangen naar de Beerze. Overal groene kikkers. ‘Dit is een ideaal biotoop voor waterviolier. Dat zul je zo dadelijk wel zien.’ Het pad maakte een bocht. De zon zag kans om tussen de boomkronen door de bodem te verwarmen. Ineens was daar de sloot onzichtbaar door een grote wolk witte bloemen. Iets verderop lag nog zo’n wolk en honderd meter verder weer een. ‘Hoe komt dat?’ ’Kijk eens goed, wat valt je op?‘ Steeds was er volop waterviolier op de plek waar een geul uit het bos in de sloot liep. ‘Daar loopt kwelwater in de sloot. Dat is ijzerhoudend. Waterviolier houdt van kalkarm water dat rijk is aan ijzer. Het water stroomt hier een beetje. Ook dat is gunstig voor de plant.’ De bloemen van waterviolier staan in trosjes bij elkaar. Ze zijn wit dat soms nijgt naar een bleek soort roze. Waterviolier is enorm belangrijk voor kikkers en salamanders. De zuurstofplant geeft het jonge broed een ideale schuilplaats.

Wielewaal

Wielewaal, VogelDe wielewaal, en daar gingen we voor, liet zich nog steeds niet horen. Ik dacht wel de tjiftjaf te beluisteren… of was het nu een fitis. ‘Dat moet jij toch weten. De tjiftjaf zingt zijn eigen naam.’ ’Dan is dit dus een fitis!’ ‘Nee, wat je daarnet hoorde is de fluiter. Dat kon je horen aan de triller aan het eind van zijn melodietje. Ze lijken alle drie erg op elkaar.’ Ik liet een zucht ontsnappen en vroeg mezelf af of ik de duidelijk zeldzamere fluiter ooit gezien had.

Mijn metgezel vertraagde plots zijn pas. Hij fluisterde: ‘Kijk we komen in een gebied met veel populieren.’ Broekbos en bos met oude populieren, dat is het biotoop waar de wielewaal van houdt. De roep van de wielewaal die plots zo heel dichtbij klonk, was een staaltje menselijke imitatiekunst. Die roep werd wel onmiddellijk beantwoord door een echte wielewaal die onzichtbaar in een hoge populier zat. Even later klonk er een antwoord verderop in de bomenlaan. Drie melodieuze tonen op een rij, hoog-laag-hoog (dudeljo:‘Kom mee naar buiten allemaal’). Jammer dat ze zich niet lieten zien. Het verenkleed van een wielewaalman is geel-zwart. Zijn postuur laat goed zien dat hij tot de bijeneters behoort. En juist de bijeneters zijn in opmars…. als gevolg van de opwarming van de aarde. Is dat ook goed nieuws voor de wielewaal?

Fotobewerking: Tienes de Jong