De natuur doet het werk

Koolmezen en processierups

Over mezen en processierupsen

Koolmees

Het is 3 februari. Plat op het voetpad ligt een citroenvlinder. Ik waan hem dood. Als ik de vlinder oppak om hem aan de kleinkinderen te laten zien, bewegen de pootjes. De natuur is weken voor op haar schema. Deze vlinder heeft zich te vroeg ‘voor de dag’ laten lokken. 

De verwachtingen ten aanzien van de nieuwe zomer zijn hooggespannen. Er zijn duizenden vogelhuisjes getimmerd door een veelheid aan belangengroepen. De NLGR heeft samen met de gemeente de plantgoedactie op de processierups gericht hebt u in het Weekblad kunnen lezen.

Want laat het duidelijk zijn: we binden met zijn allen de strijd met de natuur aan met behulp van diezelfde natuur. De mezen gaan die vermaledijde processierupsen vol brandharen opvreten. Er wordt vooral op de koolmees ingezet. De koolmees schijnt ook de dennenprocessierups op de menukaart te hebben staan. Deze rups valttot op hedenenkel nog Spanjaarden lastig en bewoners van Frankrijk. 

Natuurlijke vijand

De koolmees is de natuurlijke vijand van zowel de eiken- als de dennenprocessierups. Nee, van al die brandharen moet ook deze mees niets hebben. Hij pikt een rups uit het nest en schudt die als een bezetene heen en weer. De brandharen vliegen in het rond. Bij de dennenprocessierups zijn dat er een miljoen. De koolmees gaat vliegen met de eer dat hij onze processierupsbestrijder is, maar ook de pimpelmees en nog een aantal vogelsoorten dragen een steentje bij. Vleermuizen (vangen de vlinders), insecten zoals de sluipvlieg (legt eitjes in de rups) en bacteriën zijn eveneens erkende vijanden van de processierups. 

‘We geven die mezen een duwtje in de rug met een nestkast en we zijn van het rupsenprobleem af’. Niets is minder waar! Een passende kast is een goed begin. Een koolmees bijvoorbeeld is iets groter dan een pimpelmees, dus zijn vlieggat is ook groter. Ook al heb je de juiste kast en de juiste ‘hangplek’ gekozen, dan wil dat nog niet zeggen dat de kast bewoond zal worden. Vogels zijn daarin best kieskeurig. Soms gebruiken ze de kast alleen als schuil- of slaapplaats. Observeer maar eens hoe omzichtig bijvoorbeeld een koolmees zijn nestkast benadert. 

Er staat relatief kort processierups op het menu. Toch moet er elke dag ‘brood’ op de plank komen. Er moet dus de rest van het jaar (mezen zijn vnl. jaargasten) voedsel te vinden zijn in de omgeving.

Tuinvogeltelling met een pluim

pimpelmees

Op weg naar de super kies ik een pad binnendoor. Direct vallen me A4-tjes op die her en der zijn opgehangen. Er staat de uitslag van de tuinvogeltelling op. De resultaten van deelnemende buurtbewoners zijn bij elkaar opgeteld. De huismus staat op de eerste plaats 172. De koolmees op twee met de score 127 en de Pimpelmees op 3 met 82 waarnemingen. (Landelijk is de volgorde gelijk.) Onderaan het A4-tje staat ‘Misschien tot volgend jaar.’ Een pluim voor deze buurt! 

Behalve het verschil in grootte zijn er nog meer verschillen tussen koolmees en pimpelmees. De koolmees is geel en zwart en de pimpelmees is geel en blauwzwart. Het oog van een koolmees zit in zijn zwarte petje. De pimpelmees lijkt een brilletje op te hebben (oogstreep, Zorro).

Foto’s: Theo Jansen tekst: Will van Riel (met de Vogelstichting als bron)