Boomkikkers

boomkikkers

Over boomkikkers en ecologische verbindingszones

Op de vliegbasis

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. Een boswachter van Staatsbosbeheer fietste in 1985 op een mooie lenteavond over de Broekstraat in Molenschot. Een opvallend geluid, dat vanachter het hek rond de vliegbasis kwam, trok zijn aandacht: een roepende boomkikker. ‘Verdorie’ moet de man gedacht hebben. ‘Naar deze verdwenen geachte jongen is een forse groep mensen al enige tijd op zoek.’
Direct was duidelijk dat alleen een groot beschermingsplan de boomkikker in Brabant voor uitsterven kon behoeden. Het was van belang om de vier Brabantse vlekjes waar nog boomkikkers leefden, met elkaar in contact te brengen via ecologische verbindingszones. De dichtstbijzijnde kolonie, die van ‘de Brand’ bij Udenhout, zat te ver weg. Er volgde een vernuftig maar gedurfd plan. In 2007 koos men voor een ontsluitingszone vanuit ‘het Merkske‘ (Baarle-Nassau), via het ‘Chaams Broek‘ en zo naar de vliegbasis (van zuid naar noord). Zowel in ‘het Merkske‘ als in ‘’t Broek’ moesten daarvoor nieuwe boomkikkerpopulaties uitgezet worden. Dat lukte wonderwel. Onze natuur is meer mensenwerk dan we vaak beseffen. Na het ‘Chaams Broek’ ging men op zoek naar een route die de boomkikker ten noorden van het Prinsenbos kon volgen om de vliegbasis te bereiken.

Op zoek naar een noordelijke route

‘schone’ poel op VE-terrein

2007 startte met route 1: door het Prinsenbos en dan zo direct mogelijk onder Molenschot door naar de basis. Daar ging snel een streep door.
Enige jaren later werd voor route 2 gekozen: door het Prinsenbos, dan een stukje westelijk langs de Gilzewouwerbeek, daarna noordwaarts langs de ‘erfgrens’ tussen Breda en Molenschot en dan via golfterrein Toxandria en vervolgens tussen dorp en camping door naar de vliegbasis. Intussen kwam zo nu en dan al een melding binnen van een ‘gehoorde’ boomkikker in het gebied rond Molenschot. Ik vraag me af of deze pioniers gebruik maakten van het ecoduct in de Raakeindsekerkweg.
Met 2016 in zicht was de tijd rijp voor de definitieve route: nr 3 – nog verder westelijk langs de Gilzewouwerbeek, voorbij de oostkant van Bavel, daarna met een haakse hoek oostwaarts richting Toxandria, bovenlangs Linbergpark en zo naar de basis.
Tot ver in 2019 mogelijk 2020 zal er nog aan de route gewerkt worden aan zowel het afronden als het uitbreiden van de route. Uitbreiden? Jazeker, er is inmiddels een schakel gelegd met de bossen van Dorst via het westelijk van Rijen gelegen voormalige terrein van steenfabriek Vijf Eiken. Ook de Kaaistoep bij Tilburg ligt binnen bereik. Er ontstaat dan een prachtig met routes dooraderd habitat voor de bomkikker in het hart van Brabant.

Koorzang en naar Korea
Horen gaat aan zien vooraf. Boomkikkers tel je op je gehoor. Alle mannetjes zijn lid van het boomkikkerkoor. Ze laten zich op avonden tussen half april en half juni nadrukkelijk horen. Voor de telling geldt het maximaal aantal mannetjes dat je op een avond hebt horen roepen. Je zit dus niet één avond tussen de braamstruiken maar bijvoorbeeld 9 avonden.
Opmerkelijk is het dna-onderzoek onder de boomkikkers op de basis. Het zal toch niet zo zijn dat de vruchtbaarheid van die afgesloten levende populatie inmiddels is aangetast? Twee onderzoekers zijn met lieslaarzen en schepnet de poelen ingestapt. Elke boomkikkerlarve werd geschept. Kikkervisjes met staart werden apart gehouden om een klein stukje van hun staart af te knippen voor het dna-onderzoek. Niet schrikken, die staart verliezen ze toch. Al wat gevangen is, wordt weer netjes in de poel uitgezet! Een groot deel van de afgeknipte staartjes is onderweg naar Zuid-Korea.  De onderzoekskosten zijn daar lager.

Foto’s: Willem Post, Ad Willemen en Felix Dekkers tekst Will van Riel