Bloembestuivers

Over zaden en vruchten, maar vooral over voedsel

Informatiebord

Bij de rotonde Hannie Schaftlaan – Zwarte Dijk heeft de NLGR in het voorjaar zwarte elzen en meidoorn aangeplant. Het is de bedoeling dat daar dit najaar nog gietranden worden aangebracht, een insectenhotel wordt geplaatst en een poosplaats wordt ingericht. Die poosplaats bestaat uit een bankje en een informatiebord omringd door wat fruitbomen.
Thema van dat bord is ‘bloembestuivers’. Enkele kilometers verderop heeft zich in de voorbije maanden een ramp onder bloembestuivers voltrokken.42 bijenvolken en andere insecten vonden er de dood. Het gebruik van fipronil (een insecticide) op de laurier, is de oorzaak. Reden genoeg om eens stil te blijven staan bij het enorme belang dat bloembestuivers voor met name ons voedsel hebben.
Windbloemen en insectenbloemen
Even wat biologieleskennis opfrissen. Bedenk dat ook de voortplanting in de plantenwereld voor een belangrijk deel door sperma- en eicellen bepaald wordt. De mannelijke spermacellen moeten op de een of andere manier bij de vrouwelijke eicellen zien te komen. Die spermacellen zitten verstopt in het stuifmeel van een bloem en de eicellen in het vruchtbeginsel (onder de stamper). Komen beide succesvol bij elkaar, dan is er sprake van bevruchting. Soms klaart een plant de klus zelf: zelfbestuiving. In de meeste gevallen gaat het echter om kruisbestuiving: stuifmeel van de ene plant naar de stamper van een andere plant van dezelfde soort. Het verhaal over éénslachtig en tweeslachtig laat ik even zitten. Vaak, maar niet altijd, leidt bestuiving tot bevruchting.
Op gezette tijden stuift er heel wat stuifmeel door de lucht. Met name de grassen leveren daar een behoorlijke bijdrage aan. Hooikoortspatiënten weten dat. Bij deze ‘windbloemen’ zorgt de wind voor bestuiving. Een zeer groot deel van onze planten is voor bestuiving echter afhankelijk van met name insecten. Dat zijn de insectenbloemen. De bekendste bestuivers zijn hommel en bij, zowel de wilde bij als de honingbij, maar bijvoorbeeld ook zweefvliegen, wespen, vlinders, kevers, wantsen en gewone vliegen zijn belangrijke bloembestuivers. Als er uiteindelijk geen bevruchting plaatsvindt, ontwikkelen zich geen nieuwe zaden en ook het vruchtbeginsel, waarin die zaden hun ‘goede start’ meekrijgen, komt n iet tot wasdom: geen appelzaadjes en geen appels dus….
Bijen en hommels bestuiven driekwart van onze landbouwgewassen. Zonder deze insecten hebben we dus niet veel te eten. Hoe is het dan toch mogelijk dat we lijdzaam toezien dat het aantal insecten, dat geteld kan worden in een vastgestelde hoeveelheid ‘lucht’, zienderogen achteruit gaat? Ziektes hebben we mogelijk niet helemaal in de hand, maar aan het gebrek aan bloemen in bermen en landbouwgronden, aan het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen kunnen we wel wat doen.

Nectar en stuifmeel

Laatst luisterde ik naar twee imkers waarvan één het slachtoffer was van de bovengenoemde ramp. Het ging over nectar en stuifmeel. Natuurlijk, bijen en hommels zijn geen filantropen. Ze vliegen van bloem naar bloem omdat ze iets te eten zoeken: nectar en stuifmeel. Dat vinden ze op en in de bloemen. Eigenlijk dragen ze onbewust bij aan de bestuiving. De imkers hadden het echter over nectar op blad. Ik ben thuis direct het internet gaan afstruinen. Daar las ik dat sommige planten inderdaad hun nectar niet via de bloem afscheiden maar via het blad. ‘Hun functie voor de bestuiving is dan hoogstens indirect omdat ze de bijen wel naar de plant lokken, maar niet direct naar de bloemen.’ Voorbeelden, kers, populier, wilg….. Natuurlijk, dat ik daar niet eerder aan gedacht heb. Is laurier ook een plant met deze extraflorale nectariën ?