Over ‘kwaliteitsgroen’, voedsel, kwetsbaarheid en ons landschap

Kwaliteitsgroen

Tussen Strijp en Vogelvlucht‘Will, er gaat al veel teveel goede landbouwgrond aan natuur verloren. En dat terwijl boeren juist stad en land afzoeken naar landbouwgrond.’ Het gesprek ging over het kwaliteitsgroen en mijn gesprekspartner was iemand van de lokale ZLTO.

‘Kwaliteitsgroen’ is een plan uit de gezamenlijke kokers van Kern ’75 en NLGR. Onze gemeente heeft namelijk een probleem met de herplantplicht bij gekapte bomen. Er is een enorme achterstand. Bij ons staat de teller van 2016 al weer op 451 bomen. De verleiding is groot om dan ergens in het buitengebied een weiland aan te kopen en dat vol bomen te ‘gooien’ en er verder niet meer naar omkijken. Dat wil je natuurlijk liever niet. Op zoek naar meer ‘kwaliteit’ dus. Naar onze mening moet wat in de dorpen gekapt wordt, in de dorpen gecompenseerd worden. Simpelweg omdat je anders de dorpskernen ‘ontgroend’. Dat ‘ter plekke compenseren’ lukt de gemeente niet en dat vinden we rampzalig.

Het plan ‘kwaliteitsgroen’ komt neer op het reserveren van beschikbare gemeentegrond aan de randen van de dorpen of het aankopen van grond aldaar. En ja, dat kan ook landbouwgrond zijn. Het is de bedoeling dat zo’n compensatieperceel ecologisch zo waardevol mogelijk wordt ingericht op basis van een vooraf opgesteld plan: passend bij de omstandigheden ter plekke. Niet alleen bomen, maar ook struiken, een poel, wat ‘ruigte’ en ook, indien mogelijk, een wandelpad. En inclusief een beheersplan: zo gaan we het onderhouden.

Grootschalige land- en tuinbouw

De heel grootschalige land- en tuinbouw is hard op weg steeds minder een grondgebonden land- en tuinbouw te worden. Waar nog wel in die grond geteeld wordt, is het product het enige dat telt. Voor hetzelfde geld wordt de relatie met de bodem verbroken. De grond ter plekke kan net zo handig volledig onder plastic of andere afdekmaterialen verstopt worden. Alleen de ruimte telt. Dit is industrie en industrie hoort op een industrieterrein. Deze industrie vraagt grote investeringen om almaar groter te kunnen worden. Dat kunnen onze eigen, lokale boeren uiteindelijk niet opbrengen. En zo valt de land- en tuinbouw in handen van grote investeerders: steeds meer in steeds minder handen.

De NLGR ziet liever dat kleine en middelgrote agrarische bedrijven die een boodschap hebben aan ons landschap een beschermde status krijgen. Bedrijven die gaan voor een product van rijke kwaliteit in een landschap van rijke kwaliteit. Lokale voedselproductie en agrarisch natuurbeheer in één hand.

Onze voedselvoorziening

Uiteindelijk gaat het immers om onze voedselvoorziening. Boeren zorgen daarvoor! Het is heel belangrijk, zeker in de onpeilbare ontwikkelingen die zich tegenwoordig op het wereldtoneel kunnen voordoen, om zeker te zijn van een goede aanvoer van ‘ons brood, onze boter en onze boontjes’. Wat we eten moeten we daarom voor een belangrijk deel kunnen halen uit onze directe omgeving. Wat ons betreft: bij die kleine en middelgrote bedrijven dus. Die kwetsbare schakel moeten we niet aan de vrije markt overlaten. De aanvoer van voedsel dat ver gehaald wordt, is niet alleen kwetsbaar, maar vooral ook kostbaar. Je moet immers, als je het eerlijk speelt, de milieuschade, die deze van ver komende producten veroorzaken, in de kostprijs meerekenen.

‘De maat is vol’ met die woorden vraagt Vogelbescherming Nederland ons om haar te steunen. Ze wil een klacht indienen bij ‘Europa’ tegen de Nederlandse overheid vanwege haar decennia falend beleid ‘weidevogelbescherming’. Ook in onze regio heeft dat beleid compleet gefaald. Rijke weides kennen we eigenlijk niet meer, ook niet in onze gemeente. Wat we hier wel op onze kostbare landbouwgrond zien groeien? Steeds meer coniferen…. En die kun je niet eten. Komt dit wel goed als we het aan de boeren zelf over laten?

Foto’s Frans Seelen en tekst Will van Riel