213 Nesten

Roeken

Over roeken

Waardevolle natuur

RoekenIk tel 213 nesten. Een aantal nesten is op oude bouwsels gestapeld. Deze hebben veel weg van een torenflat. Het is een drukte van jewelste. Sommige vogels zitten op takken en maken ruzie met buren, andere vogels vliegen af en aan. Ze zitten in de bomen die het distributiecentrum van de Sligro omzomen, hoek Langenbergseweg en Tilburgsebaan. Hier zetelt de Gilse roekenkolonie. Ooit waren de bomen rond de kerk hun domicilie. Nu verwijst aldaar alleen nog de naam van een appartementencomplex naar hun aanwezigheid: Roekenhof. De roeken zijn jaren geleden verdreven naar bomen aan de rand of buiten het dorp. De meest succesvolle locatie is deze hoek bij de Sligro. In de Amerikaanse eiken aan de Tilburgsebaan tussen rotonde en het viaduct is geen roekennest meer te bekennen. Bij het viaduct tel ik nog een 14-tal nesten. Minder dan het geweest is! Een solitair nest kun je gerust overslaan, dat is van een kraai, kauw of ekster. Roeken zoeken elkaar op. Ze bouwen hun nest in de buurt van andere roeken. In Meppel zitten 170 paren in tien hoge bomen.

De Gilse roekenkolonie hoort thuis op de lijst van waardevolle natuur waar we in onze gemeente trots op mogen zijn. Van de 50.000 broedparen die Nederland rijk is, zitten de meesten in het oosten van het land.

Mensen houden niet van roeken

Daar lijkt het heel sterk op. Laat ik echter eerst uitleggen, waaraan je een roek kunt herkennen. Zelf let ik altijd op de plek waar de snavel begint. Die is lichtgrijs alsof we met een bejaarde kraai van doen hebben. Een ander kenmerk zijn de veren rond het bovenste deel van hun poten. Het lijkt wel of ze een broek aan hebben. Vandaar het ezelsbruggetje ’een roek draagt een broek’ en onthoud: je ziet ze bijna altijd in een grote groep.Roek dichtbij

Dat de Gilse roeken in het verleden naar de rand van het dorp ‘verjaagd zijn’, kan ik billijken. Roeken hebben twee nadelen: ze schijten behoorlijk en maken ook behoorlijk wat lawaai. Bedenk dan dat ze altijd met velen zijn en je hebt dus veel uitwerpselen en veel lawaai. De schepper heeft zoogdieren naast een darmstelsel ook een urineblaas gegeven. Aan vogels heeft hij echter geen urineblaas meegegeven, zodat vogelpoep eigenlijk een mengsel is van poep en urine. Dat urinebestanddeel is spierwit. Ook dat van roeken! Flats na flats.

Dat mag ons er echter niet van weerhouden om deze vogels een geschikte, eigen plek te gunnen. De Tilburgse baan is een goed voorbeeld, al hebben roeken nog liever een bosje populieren. Ze broeden graag in een vrijstaand, opgaand groepje bomen, dat genoeg ruimte biedt aan een fors aantal nesten. Het is een pluspunt als er in de buurt het nodige grasland is.

Afvaleters

Het favoriete voedsel van roeken bestaat uit emelten en engerlingen die ze in het gras zoeken. Emelten en engerlingen (bodemdieren) helpen een volledige grasmat naar de vaantjes. Daar staat tegenover dat roeken, op zoek naar deze insectenlarven, ook stevig huis kunnen houden. Roeken eten ook wormen en kevers en snaaien soms ook wel een dood muisje of een jong vogeltje. Ze hebben een onmiskenbare interesse in menselijk afval zoals boterhammen en friet, afval dat bijvoorbeeld ruim aanwezig is op parkeerplaatsen langs snelwegen. Een zak huisvuil keren ze, als ze de kans krijgen, helemaal om. Helaas hebben ze ook een onhebbelijke voorkeur voor pas gezaaid zaadgoed.

Daar staat tegenover dat het vooral nuttige en buitengewoon sociale dieren zijn. Een roek kan bijna 20 jaar worden en al die tijd blijven mannetje en vrouwtje elkaar trouw. Als het broedseizoen voorbij is nemen man en vrouw afzonderlijk vakantiedagen op. Ze spreken echter altijd af dat ze elkaar in februari bij hun eigen broedboom weer terug zullen zien.
Kun je dicht bij een roek komen, of een roek dichtbij halen met je verrekijker, let dan eens op de prachtige glans die op zijn blauwzwarte veren ligt.

Foto’s Tienes de Jong en Will van Riel