Column Will van Riel

VE onderschat

Geplaatst op: woensdag 23 mei 2018


Over bijzondere flora en fauna, maar vooral over de poelkikker

Leemkuil

Bijna 80 jaar is er gezwommen in het openluchtbad aan de Rijense kant van Boswachterij Dorst. Was het zwemweer, dan fietsten we met z’n allen vanuit Gilze naar deze leemkuil die was omgevormd tot recreatieplas. Soms kwamen we dan langs de immens grote VE-steenfabriek. Dat fabriek en plas bij elkaar hoorden, boeide me toen nog niet. Wat wel veel indruk op me maakte? De witte waterlelies die in een van de leemkuilen groeiden.
De fabrieksgebouwen zijn nu grotendeels weg. Er worden geen stenen (met de letters VE) meer gebakken. Wel ligt er nog een groot deel van het voormalige industrieterrein. De natuur heeft het heroverd. Enkele jaren geleden nodigde een natuurvriend me uit om daar eens te gaan kijken. Hij kwam en komt er regelmatig, stiekem, want het is een afgesloten gebied.   
In dit gebied is heel wat afgesjouwd met leem. En er is ook heel wat leem blijven liggen. Dat maakt het Vijf-Eiken-terrein juist zo uniek. Persoonlijk vind ik er de overgang tussen bos en open gebied geweldig. Veel bossen kennen allemaal harde randen alsof ze uitgeknipt en opgeplakt zijn. Er is geen overgangsgebied.
Ik kan me voorstellen dat heel wat mensen het VE-terrein als van nul en generlei waarde beschouwen. Het ligt erbij alsof nagenoeg iedereen het vergeten is.

Jaarrond

Om een gebied echt te kunnen beoordelen, moet je het jaarrond, in alle seizoenen, op elk moment van de dag bezoeken (monitoren). Mijn natuurvriend heeft daar de tijd voor.
Dan zie je een half open, licht glooiend terrein. Je ziet ook dat pionierssoorten zoals grassen en de berk prominent aanwezig zijn. Je hoort en ziet vogels. Je ziet de sporen van een ree. De uitwerpselen van een vos. Op een zonnige zomerdag zak je door je knieën voor een prachtige bijenorchis. En dat, daar naast het pad…. Is dat ook een orchis? Het is in ieder geval ook een lid van de orchideeënfamilie. Het lijkt wel handekenskruid.
Zo’n plant staat stil. Dat doet de levendbarende hagedis soms ook. Je hebt wel begrepen dat het gebied heel geschikt is voor deze soort. In het losse zand ontdek je de zigzagsporen van de staart van mogelijk een hagedis. Dan, op een zonnige, zelfs wat broeierige dag zie je hem een fractie van een seconde voordat hij razendsnel wegschiet tussen de struiken.   
Met de dag wordt het voormalige steenfabrieksterrein boeiender en waardevoller. Het biotoop is geschikt voor nog meer, bijzondere soorten. Een groepje onderzoekers heeft haar oog laten vallen op de waterplassen in het gebied. April, mei, de kikkers zijn hoorbaar aanwezig.

Een enorme verrassing

Wat emmers worden met water gevuld. Een paar grote schepnetten roeren in cirkels over de bodem van de plas. Een geoefende hand grijpt naar het net en sluit het af. De inhoud ploft in een emmer. Het water spat op. En dan ….’een gewone, groene kikker!’ ‘Nee, joh, hij is kleiner en groener, het is een poelkikker!’
Een poelkikker is een kleine, groene, internationaal beschermde kikker. Naast de boomkikker zijn er nog drie groene kikkers. Onze grote groene kikker (de meerkikker) is 10 tot 14 cm groot. De poelkikker meet slechts 4,5 tot 7 cm. De derde groene kikker (de middelste groene), hangt daar tussenin, is geen echte soort maar een bastaard. De meeste groene kikkers zijn overigens bastaarden.
Om met zekerheid te kunnen zeggen dat je een poelkikker gevangen hebt, moet je weten dat de meerkikker in het water overwintert en dat de poelkikker zich in de winter ingraaft. De poelkikker heeft voor dat graafwerk een behoorlijk grote, stevige graafknobbel ontwikkelt. De meerkikker daarentegen heeft maar een klein knobbeltje maar wel lekker lange zwempoten.
Op de foto is de kleine groene kikker in het midden de poelkikker. De twee iets grotere kikkers met bruine achterpoten zijn bastaardkikkers.

Foto’s leden NLGR

Keer terug