Column Will van Riel

Dag landschap

Geplaatst op: dinsdag 27 maart 2018


Over de natuurwaarde en de aantasting van ons landschap

Op de fiets

Als het samengaan van de ABG-gemeenten op onze zuid-noord-as nog eens ter sprake komt, houd er dan rekening mee dat je vanaf Baarle-Nassau tot aan Rijen alsmaar bergafwaarts gaat. Van de kerk van Baarle-Nassau naar de kerk van Alphen daal je een meter of 3. Naar het gebedshuis in Gilze zak je dan zeker 12 meter. Ook naar het heiligdom in Rijen zak je tenslotte nog eens zo’n 4 meter. Je kunt ook naar de loop van de Mark, Aa of Weerijs, de Wouwerbeek, de Grote Leij en eigenlijk ook de Donge kijken om tot pakweg dezelfde conclusie te komen. Dat hellend hoogteverschil en deze waterlopen behoren tot het natuurlijke karakter van het ons omringende landschap. Ik beveel aan om de route met de fiets te doen.
Al deze zuid-noord-lijnen worden meedogenloos doorsneden door oost-west-transitlijnen: het Wilhelminakanaal, de spoorlijn, de N282 en de A58. 
Ons landschap houdt me in bijzondere mate bezig, vooral omdat er een nieuw bestemmingsplan ‘Buitengebied’ komt.  

 Een diep verlangen

Volgens professor Geuze (Wageningen) hebben we een diep verlangen naar het landschap zoals we dat kennen van onze schrijvers en schilders. Ons Nederland, ons Brabant. Het landschap met een ziel, het landschap met een eigen identiteit. Het Hart van Brabant moeten we behouden. Dat landschap, dat we ‘zijn’ en waarvan we ‘houden! Het gekke is echter, aldus de professor, dat we ‘een obsessieve neiging hebben om het landschap steeds aan te passen, zelfs radicaal te veranderen, het te exploiteren.’ Waar ooit de natuur meester was, was tot voor kort de boer de baas. Deze moet dat landschap nu delen met fietser en wandelaar, met industrieel en   waterberger, met windmolens en zonnepanelen, met camping en B&B. Mogelijk is het proces dat nu gaande is, nog vele malen ingrijpender dan de hele ruilverkaveling,
die immers alleen boerenbelang diende.

Even terzijde: De ruilverkaveling in Chaam is van recentere datum. Toen had de overheid inmiddels wel aandacht voor natuur. De aan de vekaveling opgeofferde natuur moest gecompenseerd worden. Daar dankt Chaam bijvoorbeeld het Chaams Broek aan ( Natuurmonumenten).

Al met al kan ik maar moeilijk warm lopen voor een akker vol coniferen, voor een enorme aardbeienkas en een paar hectaren, onder plastic verstopte landbouwgrond. Dat is vergaande, industriële exploitatie. Is werkgelegenheid een steekhoudend argument om ons landschap vergaand te exploiteren?

Natuurwaarden

Ik ga nog even te rade bij de professor. Hij schrijft: ‘Kan de Nederlander zich het landschap blijvend toe-eigenen? Nergens in Europa verandert het traditionele cultuurlandschap zo snel als in Nederland!’ Sta er allereerst bij stil dat onze gemeente nog maar heel weinig buitengebied heeft. Zo weinig dat uitbreiding van het woongebied haast onverantwoord is. Als je vervolgens niet benoemt wat waardevol is in het landschap, dan kun je het ook niet beschermen, of mogelijk versterken.
Voor mij is dat met name het zacht glooiend en licht hellend zandgrondenlandschap met de beekdalen van de Grote Leij op de oostflank en de Wouwerbeek op de westflank. Voor mij zijn er maar twee kapstokhaken waaraan ik ons buitengebied wil ophangen: natuur en voedsel. Aan een weide vol zonnepanelen moet ik niet denken.
Ook ik heb geen ander antwoord dan: Niet op z’n beloop laten maar ingrijpen!

Foto’s Antoon van Tuyl, Frans Seelen

Keer terug