Column Will van Riel

Water aan de Warande

Geplaatst op: vrijdag 18 augustus 2017


Over ooievaarsbek, konijnenpootje, St. Jan en St. Jacob

Het tuintje van Theo

Het is, als we de opmerkingen mogen geloven, weer een onbetrouwbare zomer geworden. Als tegenwoordig iemand iets over het weer zegt, is een mening over klimaatsverandering niet ver weg.   

Hoe dan ook, op die woensdag in augustus hadden we stralend weer. Na een uurtje vergaderen over het beplantingsplan bij het sportcomplex in Rijen, wandelden we naar Water aan de Warande. Ik wilde op locatie mijn gasten het plan voorleggen dat door enkele NLGR-leden was uitgebroed: de aanleg van een vlinderidylle. De helling  bij de bijenstal naderend, liepen we Theo tegen het lijf. Theo onderhoudt het proeftuintje op die helling. Dat tuintje is er toevallig gekomen. We hadden insectvriendelijke vaste planten over van de plantgoedactie van vorig jaar. Aanvankelijk vraten de konijnen zijn hele tuintje kaal. Nu staat er gaas omheen. Het ziet er wat wankelmoedig uit, maar is wel effectief. Al een behoorlijk aantal van de vaste planten is op de kurkdroge helling gesneuveld. Theo vult soms wat aan.

Welke plant het sterkst is? Met kop en schouder steekt de geranium boven de andere planten uit. Omdat de bloembakgeranium geen echte geranium is, maar wel zo genoemd wordt, noemen we de echte geranium ooievaarsbek. Niet gek want als een bloem van de ooievaarsbek is uitgebloeid, ziet het overblijvend vruchtbeginsel er inderdaad uit als een ooievaarsbek. Als ‘wilde’ plant vind je ooievaarsbek overal o.a. in de berm.

De rijke helling 

De hele helling staat kniehoog in bloei. Overal het wit van duizendblad. De gemeente moet hier blijven verschralen. Maaien na de zaadval en dan het maaisel afvoeren zodat niet per ongeluk de grond alsnog bemest wordt. Er komt een leuk idee op: stel de gemeente voor om er jaarlijks in het seizoen een smal pad door te maaien. Dan kan de wandelaar, indien gewenst, een leuk hoekje om. Laat de maaimachine wat slingers en bochten maken. Het pad moet je een jaar later wel weer anders laten slingeren.
Opvallend is de aanwezigheid van het konijnen- of hazenpootje (Trifolium arvense) . Het veelal tweejarige plantje groeit beneden aan de helling. Het is een klaversoort. Daar moet je eens op je knieën bij gaan zitten en het plantje goed bekijken. Zie je al die ‘grijze’ haren op stengels en bladeren? Vind je ook niet dat de bloempluimen inderdaad op de pootjes van haas of konijn lijken? Dit plantje bewijst dat de bodem hier al behoorlijk zuur en kalkarm is.


Geel

‘Geel’ is een echte lentekleur. Denk aan de vroegbloeiers van narcis tot forsythia. ‘Geel’ is echter zeker ook een zomerkleur. De helling bij Water aan de Warande kleurt dan ook vooral geel, heel veel geel. Wat je daardoor over het hoofd ziet? Dat dit het geel is van heel veel verschillende plantensoorten. De fors uitgevallen Canadese guldenroede en de teunisbloem trekken de aandacht. Dit in tegenstelling tot een hele reeks kruidensoorten die allemaal op elkaar lijken, maar dat is bedrieglijke schijn. Willem wrijft een bloem van het sint.janskruid tussen zijn vingers. Die kleuren rood. Het is de giftige, rode olie die dit kruid zo bijzonder maakt. De rode olie wordt al eeuwen voor medische doeleinden gebruikt. Sint.janskruid bloeit van juni tot september met 24 juni als topdag, de feestdag van St.Jan (midzomerfeest, Sint.Jansvuren).
Ga nog eens door de knieën en vergelijk sint.janskruid  met jacobskruiskruid. Let op stegel en bladeren maar let vooral op de bloemen: bloemblaadjes, meeldraden, vorm van het bloemhoofd. Allemaal geelbloeiend maar toch zo anders. En vergis je niet, alles heeft een functie. En de vlinderidylle? Die krijgt een andere plaats!

Foto’s Will van Riel 
(st.janskruid rechts, jacobskruiskruid links)

Keer terug