Column Will van Riel

Moet een exoot dood?

Geplaatst op: woensdag 24 mei 2017


Over de nijlgans, inheems of uitheems

Macho’s

Het is nog voorjaar en bij toeval ben ik in de omstandigheid om uitgebreid een aantal nijlgansen te observeren. Het is een groepje van pakweg tien, twaalf nijlganzen. Ze stappen rond door het grasland op de oever van een rivier. Dat grasland grenst aan het plaatselijk sportveld. Ook daar scharrelen ze rond. Het lijkt erop alsof er nog paren gevormd moeten worden. Een duidelijk sterker mannetje gaat doorlopend in de slag met een aantal potige jonge ‘kerels’. Wat een hanengedrag!
Het meest in het oog springende herkenningspunt van een Nijlgans zijn de donkere kringen rond de ogen. Dat maakt van hem een beetje een struikrover. Verder heeft hij een, zeker in de vlucht, opvallend, wit vleugelveld. Dat veld verschilt overigens in grootte van vogel tot vogel. Het zijn mooie, kleurrijke ganzen. Uitgezonderd die plastic, roze kunstpoten, naar mijn mening tenminste!
In mijn vogelboek staat de nijlgans tussen de eenden. Niet vreemd want qua postuur past hij wel bij de eenden.
Het dominante mannetje heeft het er maar druk mee. Hij stuift achter elke indringer aan. Daarbij spreidt hij zijn vleugels en gaat hij met z’n kop laag over de grond voorwaarts als een tank. De belager rent weg en kiest het luchtruim. ‘Baas boven baas’ gaat ook op de vleugels en komt rakelings over me heen. Ik voel het verplaatsen van lucht. De achterblijvers doen net alsof er niets aan de hand is. In paartjes maken ze een charmante babbel ……… Dan landt het grote mannetje weer in de groep, ziet een nieuwe indringer en het spel begint van vooraf aan. Wat er precies gaande is, weet ik niet. Voor paarvorming zijn ze vrij laat. Iets verderop langs de rivier zit al een koppel nijlganzen op eieren. En ik heb een pa of ma ook al met enkele kleine kuikens zien lopen. 

Allochtoon, autochtoon

Wat nu volgt, hebt u eerder in mijn columns kunnen lezen. Menselijk toedoen heeft ervoor gezorgd dat de nijlgans, een exoot, naar West-Europa is gekomen. De nijlgans was in het verre verleden een ‘juweel van een siervogel’ voor de grootgrondbezitter met een villa, een groot park met daarin uiteraard de nodige vijvers. De ene nijlgans is zelf aan de wandel gegaan, de andere is bewust in de natuur losgelaten en weer een andere is gestolen en uiteindelijk ook in de vrije natuur terecht gekomen. Van hun ‘parktijd’ hebben deze ganzen hun locatievoorkeur overgehouden. Ze leven graag in parkachtige omgevingen (zoals Water aan de Warande) en ze broeden bij voorkeur in de daar aanwezige bomen (heb ik ze bij Water aan de Warande nog niet zien doen).

Emotie

Een nijlgans is van huis uit een vegetariër die zo nu en dan een sprinkhaan of een worm verorbert. Toch is het een agressieve vogel, tegenover andere ganzen maar ook als het om soortgenoten gaat. Hij pikt zonder pardon en met brute kracht het nest van een andere gans, bijvoorbeeld de grauwe gans, in. Daarbij deinst hij er niet voor terug om de aanwezige kuikens te verdrinken. Mag dat een rol spelen?
Vogelbescherming Nederland beschouwt de nijlgans als een exoot omdat hij hier in Nederland niet inheems is, niet-autochtoon dus. De soort moet daarom in de gaten gehouden worden. Dan kan bepaald worden of deze langzaamaan inburgert, schadelijk of juist niet schadelijk blijkt te zijn voor inheemse vogels, of dat er nog te weinig kennis beschikbaar is.
Zijn we als natuurbeschermers dan in zekere zin ‘racistisch’? Beperkt de biodiversiteit zich tot ‘inheems’.
Laat ik het anders stellen. De mens is de grootste bedreiging van de biodiversiteit omdat hij nog steeds de leefgebieden van veel planten en dieren verwoest. Bepaalde exoten staan als gevaar voor onze biodiversiteit op de tweede plaats. In de gaten houden dus.   

Foto’s Will van Riel

Keer terug