Column Will van Riel

Mieren

Geplaatst op: dinsdag 9 mei 2017


Over bruine, zwarte en rode mieren

Kriebelvolk

Het is niet ondenkbaar dat de mens op een zeker moment de aarde voor zichzelf onleefbaar maakt. Welke levensvormen zullen nog kunnen voortbestaan op deze dan voor mensen onleefbare planeet? Micro-organismen? Planten? Dieren? Ik denk dat zeker de mieren deze catastrofe op aarde zullen doorstaan. Mieren hebben nu al bijna de hele wereld veroverd. En waar ze zitten, maken ze de dienst reeds uit. Het zijn sterke insecten, die zich heel goed aanpassen en uitstekend samenwerken. Bovendien leven ze samen in hechte gemeenschappen met een super-goede taakverdeling.     

Mieren! Hoe vaak zal een romantische onderneming in het bos vroegtijdig afgebroken zijn, omdat het liefkozend tweetal plots ontdekt dat het midden in een  mierennest is beland. Grote bosmieren of mogelijk rode mieren, die kunnen heel gemeen van zich afbijten door mierenzuur te sproeien. Knookmieren spuiten het rechtstreeks in de huid. Eigenlijk verdedigen alle mieren zich wel, als ze in het nauw komen.
Toch kent elk kind, denk ik, op ’n zeker moment de fascinatie voor die kriebelbeestjes die als soldaten achter elkaar aan marcheren. Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naartoe? Bijten ze? Jakkes, ze kruipen in mijn broekspijpen. Kijk, de boswachter legt gewoon zijn blote hand in een grote mierenhoop! Hebben die beestjes die berg zelf gebouwd? Vliegende mieren?

Insecten

Bekijk een mier eens goed. Uiteraard zes pootjes. Ziet u het voor- en het achterlijf en daartussenin die heel smalle taille. Het lijkt alsof een mier met een strakke riem is ingesnoerd. Hij heeft een wespentaille. Samen met de wesp behoort de mier tot de vliesvleugeligen. Mieren houden niet van kou, niet van de Noordpool dus en ook niet van de winter. Ze zoeken warme plekjes in de grond, onder een door de zon opgewarmde tegel of bouwen hun mierenhoop. Ze leven daar als volk (of kolonie) bij elkaar. Til zo’n tegel op en u kijkt zo in de gangen en kamers van de kolonie. Die witte rupsjes zijn de larven. Na het verpoppen zitten ze in een coconnetje.
Op een zonnige dag zie je mieren uit hun nest in het gras of tussen de tegels naar buiten komen. Een wolk vliegende mieren stijgt dan op. Mieren kunnen inderdaad vliegen. Het zijn niet voor niets vliesvleugeligen. Dat kunnen echter alleen de mannetjes en de koninginnen. Die koninginnen hebben alleen vleugels om met de vliegende mannetjes te paren. Is dat gebeurd, dan zijn de vleugels van geen nut meer. Alleen het mannetje dat de steeds hoger vliegende koningin kan volgen, mag met haar paren. En ook hij is na de paring van geen nut meer.
En wat zijn dan de mieren die je altijd netjes achter elkaar aan ziet sjouwen? Dat zijn de onvruchtbare vrouwtjes zonder vleugels, de werksters.
In Nederland komen heel wat mierensoorten voor o.a. de gewone bruine of zwarte wegmier, de rode bosmier, de grote zwarte bosmier, de gele weidemier enz.

Mierenstraat

Laten we eerlijk zijn, mieren wilt u liever niet in uw huis hebben en zeker niet in uw voorraadkast. Mieren zijn dan weliswaar niet populair, dat wil niet zeggen dat ze van geen nut zijn. Ze werken allemaal bij de vuilophaaldienst. Ze slepen massa’s dode insecten naar hun nest. Bovendien houden ze de insectenstand in evenwicht door sprinkhanen, rupsen en vliegen te doden. Ze verspreiden zaden en geven in hun nesten onderdak aan andere diersoorten. Mieren zijn ook dol op bladluizen, niet om ze te eten maar om ze te ‘melken’. Ze zijn dol op hun honingdauw. Dat is eigenlijk de poep van die bladluizen. Die poep is echter heel zoet en daar is het de mieren om te doen. Er zijn mieren die er een speciale luizenveeteelt op na houden.
Al met al toch de moeite waard om nog eens rustig naar een mierenstraat te kijken. Sommige mieren rennen, andere mieren staan stil en poetsen even hun voelsprieten. Er zijn mieren die elkaar even betasten, alsof ze een praatje met elkaar maken. Werksters slepen druppeltjes honingdauw naar de larven in de kolonie. Ze slepen ook met nestmateriaal. Veeg nog één keer een stukje mierenstraat schoon. Leg vervolgens aan uw kind of kleinkind uit dat nu de mieren de kluts kwijt zijn. Ze zien hun straat niet, nee, die ruiken ze en u hebt dat reukspoor even in de war gebracht.

Foto’s Tienes de Jong

Keer terug