Column Will van Riel

Vlinderidylle

Geplaatst op: donderdag 20 april 2017


Over een bijzonder toeval, of toch niet?

Tijd ver vooruit

De tuin lag op het snijvlak van bos- en buitengebied. Waar in Gilze de Hoogstraat met een scherpe bocht overgaat in Prinsenbosch, sloeg je rechtsaf. Fietsend langs de bosrand zag je vanzelf aan de rechterkant de vlindertuin liggen. Ik denk dat de tuin inmiddels alweer jaren is verzwolgen door het gekunstelde landschap van een golfterrein. Toch zie ik mezelf nog de tuin inlopen en verwelkomd worden door een massa bloeiende ganzerikstruiken. In Gilze was een groepje enthousiaste mensen in die jaren haar tijd ver vooruit. Vandaag de dag is de vlindertuin een geliefd project. De NLGR heeft enige maanden geleden haar plan ‘Vlinderidylles’ aan de wethouder aangeboden. Het plan, uitgewerkt in samenwerking met bijenhoudersvereniging St.Ambrosius, noemt acht mogelijke locaties in onze gemeente.
Het idee om landelijk vlindertuinen aan te leggen (bloemrijke plekken voor vlinders, bijen en mensen) dateert uit 2013. Inmiddels staat de teller op zo’n vijftig erkende tuinen. Het doel is helder: de onrustbarende achteruitgang van vlinders en bijen een halt toeroepen, of beter: ombuigen in een klimmende grafieklijn. Je krijgt slapeloze nachten als je de nonchalance ziet waarmee beleidsmakers nog steeds omspringen met de achteruitgang aan biodiversiteit. Groene stroom heeft de wind mee. Daar ziet men de voordelen inmiddels van in. ‘Duurzaamheid’ ook zo’n punt dat stijf op de agenda staat. Het lukt ons echter niet om het uitsterven van duizenden insectensoorten te voorkomen. Misschien domweg omdat insecten nu eenmaal klein zijn en betekenisloos lijken.

Carnavalsmengsel

Een vlinderidylle volgens de landelijke maatstaf moet door middel van paden toegankelijk zijn. Ook mensen moeten ervan kunnen genieten. Als ze maar niet verwachten dat ze in een idylle een bonte kermis van plantjes en kleurtjes aantreffen die aantrekkelijk zijn voor mensen maar die van geen waarde is voor vlinders en bijen. Geen ‘carnavalsmengsel’ dus. Bloemen moet nectar leveren. In de woorden van de Vlinderstichting: Enkelbloemige afrikaantjes bijvoorbeeld zijn prima vlinderplanten, maar die ver doorgekweekte dikke, vette afrikanen met driedubbele bloemkroon hebben vlinders niets meer te bieden. Hoe simpeler en ‘natuurlijker’ de bloem is, hoe beter die vaak is voor vlinders en andere insecten.’
Hoe een vlinderidylle wordt ingericht is sterk afhankelijk van de bodem. Wij hebben bestaand grasland op het oog. Waarschijnlijk moeten we dan de bovenste laag met plantmateriaal verwijderen, misschien volstaat fresen. Het zou mooi zijn als we rekening kunnen houden met de eisen van bepaalde insecten. Veel rupsen van vlinders leven op hun ‘eigen’ plant (waardplant). Zo is de brandnetel de favoriete plant voor de rupsen van wel drie vlindersoorten: kleine vos, dagpauwoog en landkaartje. Het landkaartje als vlinder houdt op zijn beurt dan weer van fluitenkruid. En wil je bijvoorbeeld de zandbijen helpen, dan moet je ervoor zorgen dat er kale, zanderige plekken tussen de planten blijven.
Vaak gaat het bij vlinderidylles om tijdelijke projecten, vandaar de grote voorkeur voor het zaaien van bloem- en kruidenrijke mengsels. Op een meerderheid van de door de NLGR gekozen locaties kunnen ‘blijvende vlinder- en bijentuinen’ ingericht worden. Dat biedt bijzondere mogelijkheden.

Toeval of toch niet?

Twee NLGR-locaties liggen in buurtprak Wolfsweide. Laat nu juist de buurtbewoners van dat park met een soortgelijk creatief idee gekomen zijn. In hun plan staat letterlijk: ‘Ook komt er ruimte voor eetbaar groen en wordt gewerkt om meer biodiversiteit te creëren wat goed is voor vlinders, bijen en mensen.’  Het plan gaat duidelijk uit van een blijvende tuin. Er worden ook bomen en struiken genoemd.
Voeg daar nog aan toe dat de gemeente iets moet en wil met de riooloverstort aldaar, dan ligt hier de voedingsbodem voor een heel mooi project.
Let wel, werken aan het verbeteren van de biodiversiteit richt zich vooral op het verbeteren van de leef- en groeiomstandigheden van de uitstervende soorten. Een grote diversiteit is dus niet voldoende.

Foto’s Tienes de Jong

Keer terug